Grondwet, artikelen 41, 162 en 170 § 4, betreffende de bevoegdheid van het invoeren van belastingen.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel en 2, 40 § 3, 41, tweede lid, 14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting, en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
Omzendbrief BB 2008/7 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende het belastingreglement algemene gemeentebelasting, vernietigd bij Besluit van 12 maart 2026 van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
Gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2026 betreffende de algemene gemeentebelasting gezinnen en alleenstaanden.
Gemeenteraadsbesluit van 21 mei 2026 betreffende de algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen.
Het belastingreglement algemene gemeentebelasting van 18 december 2025 werd vernietigd met Besluit van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 12 maart 2026.
Als het gemeentebestuur opnieuw een algemene gemeentebelasting wil heffen is het nodig dat de gemeenteraad een nieuw reglement voor deze belasting vaststelt.
Het lokaal bestuur kiest ervoor om de algemene gemeentebelasting op te splitsen in afzonderlijke reglementen, zijnde, een belasting op bedrijfsvestigingen, een belasting op de ingedeelde inrichtingen en activiteiten en een algemene gemeentebelasting op gezinnen en alleenstaanden.
In onderhavig reglement wordt de belasting op de ingedeelde inrichtingen en activiteiten geregeld. De algemene gemeentebelasting op gezinnen en alleenstaanden is geregeld in een ander afzonderlijk belastingreglement dat op 26 maart 2026 werd goedgekeurd door de gemeenteraad. De algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen wordt ter goedkeuring voorgelegd op de gemeenteraad van 21 mei 2026.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het is budgettair noodzakelijk een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren, nu en in de toekomst.
De aanwezigheid van een activiteit op het grondgebied van de gemeente leidt in zekere mate tot kosten voor een gemeente, zoals op het gebied van administratie, veiligheid, infrastructuur en afvalbeheersing.
De heffing van de belasting moet efficiënt en rendabel zijn. De belastingopbrengsten moeten de administratieve kosten verbonden aan de vestiging en de invordering van de belastingaanslagen dekken.
Bij het bepalen van het tarief wordt rekening gehouden met de klasse van hinderlijkheid. De gemeente zal hiervoor de indelingslijst van de Vlaamse Regering (bijlagen Vlarem II) gebruiken, waarbij de aard en de ligging van de inrichting of activiteit alsook de gradatie in de risico’s en de hinder die zij afstralen, bepalende factoren zijn bij het aanwijzen van de klasse ervan.
Inrichtingen en activiteiten van klasse 1 vertonen intrinsiek de grootste hinder of risico’s, inrichtingen of activiteiten van klasse 3 de minste. Voor de inrichtingen en activiteiten van klasse 1 en 2 moet specifiek een omgevingsvergunning worden aangevraagd, terwijl voor de inrichtingen en activiteiten van klasse 3 slechts een meldingsplicht geldt. De gemeente acht het daarom verantwoord om deze minst hinderlijke activiteiten niet te belasten in de toepassing van dit belastingreglement.
Dit reglement voorziet een aantal vrijstellingen, die steunen op een objectief verschil in situatie en geen schending vormen van het gelijkheidsbeginsel.
Er wordt in volgende gevallen voorzien in een volledige vrijstelling van de belasting:
De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, beleidscode 0020 en algemene rekening 73800000.
Art. 1: De gemeenteraad stelt het reglement betreffende de belasting op ingedeelde inrichtingen en activiteiten vast.
Art. 2: Het reglement gaat in op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Art. 3: Het reglement in bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.