Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 263.
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus.
Ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Jaarlijks moeten alle gemeenten en OCMW’s een opvolgingsrapportering opmaken met een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan over het eerste semester van het jaar.
De opvolgingsrapportering vergelijkt het uitgevoerde beleid en de financiële gevolgen ervan met de planning voor het lopende jaar. Ze geeft de raadsleden een stand van zaken van de uitvoering van de prioritaire acties of actieplannen. Zo kunnen de raadsleden:
De opvolgingsrapportering bevat de stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen en een overzicht van de geraamde en gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar (schema J1 en T2). De rapportering bevat ook de wijzigingen die het bestuur mogelijks heeft doorgevoerd in de assumpties bij de opmaak van het (aangepaste) meerjarenplan en eventuele wijzigingen in de financiële risico’s. Daarnaast is het bestuur vrij om zelf nog extra elementen in de opvolgingsrapportering op te nemen.
Zoals de memorie van toelichting bij het decreet lokaal bestuur bepaalt, is de opvolgingsrapportering NIET zozeer gericht op de bewaking van de kredieten, maar wel op de uitvoering van de beleidsdoelstellingen. Dat betekent dat het niet de bedoeling is om op een detaillistische manier de stand van de kredieten te rapporteren. Anderzijds kan de opvolgingsrapportering een nuttige aanzet zijn voor de evaluatie van de projecten en voor de verschuiving en bijstelling van de kredieten in de aanloop naar de aanpassing van het meerjarenplan.
Art. 1: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de opvolgingsrapportering 2026.