Terug
Gepubliceerd op 30/04/2026

Besluit  College van burgemeester en schepenen

ma 20/04/2026 - 14:00

Verlenging tijdelijke politieverordening: opheffing ruiterverbod Beekkant - besluit

Aanwezig: Kris Leaerts, burgemeester
Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, schepenen
Veerle Van Sweevelt, algemeen directeur
Juridische context

Nieuwe gemeentewet (KB 24 juni 1988).

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De wet betreffende de politie over het wegverkeer (wegverkeerswet - Wet van 16 maart 1968) .

De wegcode - Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

De code van de wegbeheerder - ministerieel besluit van 11 oktober 1976 houdende de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.

Het decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens (16 mei 2008).

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens van 23 januari 2009.

Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009 gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.

Feiten en beoordeling

Achtergrond

Tijdens de verkeerscel van 3 september 2025 werd de verkeerssituatie in de Beekkant (tussen Aarschotsebaan en Balkestraat) besproken, met specifieke aandacht voor het gedeeld gebruik door fietsers, wandelaars en ruiters. Aanleiding vormden oproepen over bijna‑ongevallen en bezorgdheden over de veiligheid, alsook de vaststelling dat het bestaande ruiterverbod onvoldoende sluitend en verkeerskundig incoherent was gesignaleerd.

Het college van burgemeester en schepenen heeft op 22 september 2025 beslist om, bij wijze van proefopstelling, het ruiterverbod tijdelijk op te heffen door het verwijderen van de bestaande C15‑borden. Deze beslissing werd genomen vanuit het principe dat ruiters, net als andere zachte weggebruikers, legitieme gebruikers zijn van het buitengebied, en dat disproportionele beperkingen vermeden moeten worden. Ook werd beslist de tijdelijke politieverordening te evalueren op basis van objectieve vaststellingen door de verkeerscel en, indien nodig, de mobiliteitsraad.

Evaluatie van de tijdelijke maatregel

Het thema werd nadien herhaaldelijk besproken in de verkeerscel (december 2025, februari 2026 en april 2026) en in een overleg met de Fietsersbond, mede naar aanleiding van herhaalde klachten uit deze hoek. De Fietsersbond Kampenhout vraagt om een duidelijke scheiding van gebruikers om de veiligheid maximaal te garanderen: de Beekkant voor wandelaars en fietsers en een ruiterpad voor paarden/ruiters (Streekweg en Terloonstvoetweg)

Uit de beschikbare informatie en adviezen blijkt het volgende:

  • de politie heeft geen meldingen of vaststellingen gedaan die wijzen op structurele onveilige situaties;
  • de infrastructuurbreedte van de Beekkant werd steekproefgewijs opgemeten en vormt geen verkeerskundig knelpunt;
  • er bestaat geen objectieve onderbouwing om het ruiterverbod opnieuw in te voeren;
  • klachten zijn voornamelijk afkomstig van één gebruikersgroep en kunnen niet als doorslaggevend beleidscriterium gelden.

De verkeerscel van 9 april 2026 - waarvan het verslag geagendeerd is op het college van burgemeester en schepenen van 20 april 2026 - adviseert om een beleidsbeslissing te baseren op objectieve veiligheid en toepassing van de wegcode, en niet uitsluitend op individuele of subjectieve bezwaren.

Advies en beleidskeuze

Op basis van het advies van de verkeerscel wordt voorgesteld om:

  • de tijdelijke verkeersmaatregel te verlengen met zes maanden, zodat een evaluatie over een volledig jaar mogelijk is en seizoensinvloeden correct kunnen worden meegenomen;
  • in te zetten op sensibilisering, communicatie en handhaving, gericht op alle weggebruikers;
  • overleg te blijven voeren met betrokken actoren, waaronder de mobiliteitsraad, politie en stakeholders.

Deze aanpak wordt beschouwd als de meest evenwichtige en onderbouwde beleidskeuze.

Besluit

Art. 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de evaluatie van de tijdelijke opheffing van het ruiterverbod in de Beekkant.

Art. 2: Het college van burgemeester en schepenen beslist de tijdelijke verkeersmaatregel waarbij het ruiterverbod in de Beekkant werd opgeheven, te verlengen met een periode van zes maanden van 1 mei 2026 tot en met 31 oktober 2026.

Art. 3: Het college van burgemeester en schepenen beslist de verlengde proefperiode te evalueren over een volledig jaar, met inbegrip van seizoensgebonden verkeers- en gebruiksverschillen.

Art. 4: Het college van burgemeester en schepenen beslist in te zetten op gerichte sensibilisering en communicatie rond gedeeld gebruik van landelijke wegen en correcte toepassing van de wegcode door alle weggebruikers.

Art. 5: Het college van burgemeester en schepenen beslist de politie te vragen blijvend toezicht en handhaving te voorzien op het gedrag van alle weggebruikersgroepen.

Art. 6: Het college van burgemeester en schepenen beslist het dossier verder te bespreken met de mobiliteitsraad en relevante stakeholders en de verdere beleidsbeslissingen te baseren op objectieve vaststellingen.

Art. 7: Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht aan de dienst mobiliteit om deze beslissing te communiceren naar de betrokkenen en de opvolging te verzekeren.