Juridische context
Decreet van 9 februari 2025 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. (BS 5 maart 2024).
Besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2024 tot wijziging van de regelgeving over begraafplaatsen, lijkbezorging en crematoria.
Omzendbrief KBB/ABB2024/X van 20 september 2024 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.
Feiten en beoordeling
Het voorliggende voorstel tot goedkeuring betreft een geactualiseerd algemeen reglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen. Dit nieuwe reglement vervangt het reglement dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd op 20 oktober 2016.
Het reglement van 2026 behoudt de algemene structuur en de basisprincipes van het reglement van 2016. Tegelijk werd het aangepast aan de recente wetgeving en de huidige administratieve praktijk en bevat het een aantal nieuwe beleidskeuzes.
Het nieuwe reglement omvat een uitgebreidere begrippenlijst. Zo wordt er onder meer een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de concessiehouder en de concessiebegunstigde. Daarnaast worden nieuwe begrippen ingevoerd, zoals “gezelschapsdier” en “retroactieve rechtzetting”.
Verder wordt in het nieuwe reglement de digitale aangifte via eLys ingevoerd.
De verplichting uit het reglement van 2016 om systematisch pacemakers en implantaten te verwijderen, wordt verlaten. Hierbij wordt rekening gehouden met de technologische evoluties.
De principes voor de aanvraag en de berekening van concessies worden uitgewerkt. Hoewel de basisprincipes, zoals een duur van 30 jaar, behouden blijven, worden verschillende aspecten verduidelijkt. Zo worden de procedures rond hernieuwing verder uitgewerkt, zowel met als zonder bijzetting. Daarnaast worden de berekeningswijzen expliciet vastgelegd en worden de regels rond beëindiging en financiële verrekening verduidelijkt.
Globaal kan het nieuwe reglement worden omschreven als een actualisering van het bestaande kader, eerder dan een fundamentele hervorming. Het gaat om een verduidelijking en verfijning van de bestaande regels, aangepast aan de hedendaagse wetgeving en praktijk.
Het voorgestelde reglement verhoogt de rechtszekerheid, verbetert de praktische toepasbaarheid en speelt in op maatschappelijke en technologische evoluties. Tegelijk blijven de essentiële principes van het reglement van 2016 behouden.
Amendement
Het amendement ingediend door raadslid Kemps
art. 38 - bevoegdheden
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 3.5 Wijze van begraven – 3.5.3 artikel 38
- In de huidige ontwerptekst art. 38 “Uitsluitend gemachtigden van de gemeente zijn bevoegd voor: - …/…
is de clausule in verband met het bedienen van het asverstrooiingstoestel weggehaald uit het vorig reglement (taak gemeentepersoneel). Nochtans is dit een wettelijke verplichting.
De omzendbrief KBB/ABB2024/X stipuleert het nochtans duidelijk op pg. 34 -6.3.3. – Uitstrooien van de as op een perceel van de begraafplaats dat daarvoor bestemd is. “De aangestelde van de gemeente of het intergemeentelijke samenwerkingsverband strooit de as uit met een strooitoestel. Alleen die persoon mag het toestel bedienen.”
- Voorgestelde nieuwe tekst: Aanvulling art. 38 “Uitsluitend gemachtigden van de gemeente zijn bevoegd voor : bijkomend 8e opsommingsteken: Het bedienen van het strooitoestel voor asverstrooiingen op de gemeentelijke begraafplaats.
art. 158 - de foetusweide
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 8.4 Foetusweide – Artikel 158
- Huidige ontwerptekst :
Artikel 158: Levenloos geboren kinderen, die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, kunnen op verzoek van de ouders of bij afwezigheid, van diegene die in de lijkbezorging voorziet, en na een zwangerschapsduur van ten volle 12 weken worden begraven of gecremeerd.
De ontwerptekst is strijdig met hogere wetgeving . Een gemeentelijk reglement mag de decretale rechten van burgers niet inperken. Zoals het nu voorligt, worden de rechten van toekomstige ouders met een vroeg verlies in de zwangerschap geschonden. Bovendien is wettelijk bepaald dat de bevoegdheid tot het indienen van een aanvraag tot begraving/crematie in deze situatie uitsluitend voorbehouden wordt aan de ouders.
Hogere wetgeving: art. 15§2 van het Vlaams Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging
“Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd. …."
- Voorgestelde nieuwe tekst:
- Artikel 158: Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders, begraven of gecremeerd.
art. 156 – art. 157 - kinderperk
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 8.3 Kinderperk – Artikel 156 & 157
- Huidige ontwerptekst :
- 8.3 Kinderperk
- Artikel 156 Op elke gemeentelijke begraafplaats wordt een onderscheiden ruimte voorbehouden voor het begraven van stoffelijke resten van kinderen tot 12 jaar in volle grond. De grafmonumenten worden gedurende 50 jaar kosteloos bewaard. Het onderhoud berust bij de familie. De termijn is, door verzoek van enige belanghebbende, kosteloos verlengbaar.
- Artikel 157 Het wordt niet toegelaten op het kinderperk grafkelders of urnekelders te plaatsen. In voorkomend geval dient te worden geopteerd voor een geconcedeerde begraving op de percelen van de volwassenen.
- 8.4 Foetusweide
- Artikel 158 Levenloos geboren kinderen, die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, kunnen op verzoek van de ouders of bij afwezigheid, van diegene die in de lijkbezorging voorziet, en na een zwangerschapsduur van ten volle 12 weken worden begraven of gecremeerd.
- Artikel 159 Bij begraving wordt de foetus voor een duur van 50 jaar kosteloos begraven op de foetusweide. Kosteloze hernieuwing is mogelijk op aanvraag. Bij crematie worden, onder dezelfde voorwaarden dezelfde mogelijkheden van asbestemming voorzien als een door de wet erkende persoon.
- Motivatie:
-
- De startgrens zwangerschapsduur is niet bepaald voor het kinderperk. Aangezien de lijkbezorging vanaf 180 dagen zwangerschap verplicht is, krijgen zij vanaf dan een laatste rustplaats op het kinderperk en niet langer op de foetusweide. Het is noodzakelijk dit duidelijk te stipuleren.
- Schending van het gelijkheidsbeginsel: Op de foetusweide kunnen begravingen uitgevoerd worden en worden alle vormen van asbestemming toegestaan. Op het kinderperk worden enkel begravingen in volle grond toegelaten.
- Dit amendement trekt de rechten van het kinderperk rechtmatig gelijk met die van de foetusweide en reikt alle mogelijkheden inzake lijk- en asbezorging op de kinderperken aan.
- Vermits art. 157 wettelijk gezien niet van toepassing kan zijn, wordt voorgesteld art. 156 inhoudelijk op te splitsen in 2 artikels teneinde een volledige hernummering te vermijden.
- Voorgestelde nieuwe tekst:
- Artikel 156: Op de begraafplaats(en) wordt een kinderperk voorzien Dit perk is uitsluitend voorbehouden voor kinderen tot 12 jaar en levenloos geboren kinderen die een zwangerschapsduur van minstens 180 dagen hebben bereikt. Deze ruimte biedt op inclusieve wijze de mogelijkheid tot zowel individuele begraving als tot alle verschillende vormen van asbestemming, afgestemd op de jonge leeftijd van de overledenen.
- Artikel 157: De grafmonumenten worden gedurende 50 jaar kosteloos bewaard. Het onderhoud berust bij de familie. De termijn is, door verzoek van enige belanghebbende, kosteloos verlengbaar.
art. 182§3 – asbestemming buiten de begraafplaats – gezamenlijk schriftelijk verzoek/rechten +16 jarige minderjarige
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 9.2 Asbestemmingen – 182§3
- Huidige ontwerptekst :
- §3 Hetzij kan de as ter beschikking worden gesteld aan de nabestaanden voor begraving, bewaring of verstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats, indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald, of bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek van zowel de echtgeno(o)te of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten in de eerste graad of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd.
- Motivatie: Het voorgestelde Artikel 182 §3 regelt wie het gezamenlijk schriftelijk verzoek moet ondertekenen om de as van een overledene ter beschikking te stellen van de nabestaanden. De huidige ontwerptekst sluit af met de zin: “of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd.” Conform de Vlaamse Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 bezit een minderjarige vanaf 16 jaar de decretale wilsbekwaamheid rond lijkbezorging en moet deze zelfstandig mee tekenen op het gezamenlijk verzoek . Enkel voor minderjarige kinderen jonger dan 16 jaar ondertekent de ouder of voogd in naam van het kind .
- Voorgestelde nieuwe tekst:
- §3 Hetzij kan de as ter beschikking worden gesteld aan de nabestaanden voor begraving, bewaring of verstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats, indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald. Bij gebrek aan een schriftelijke bepaling door de overledene, gebeurt dit op gezamenlijk schriftelijk verzoek van zowel de echtgeno(o)te of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten in de eerste graad. Indien een bloed- of aanverwant in de eerste graad een minderjarige is van 16 jaar of ouder, ondertekent deze minderjarige zelf het schriftelijk verzoek; is de minderjarige jonger dan 16 jaar, dan ondertekent diens ouder(s) of wettelijke voogd in naam van het kind.
art. 182§6 – asbestemming – regeling door derde
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 9.2 Asbestemmingen – 182§6 – 1e lid
- Huidige ontwerptekst :
- §6 Als de overledene geen laatste wilsverklaring heeft vastgelegd en er ook geen partner en bloed-of aanverwanten van de eerste graad zijn kan de persoon die de begrafenis regelt ervoor kiezen om de as uit te strooien of de urnen te bewaren op de begraafplaats. Die persoon kan de urne dus niet op een private locatie bewaren of begraven.
- Motivatie: De tekst van de omzendbrief is duidelijk en niet voor interpretatie vatbaar. “In die situaties kan de persoon die de begrafenis regelt, ervoor kiezen om de as uit te strooien of de urne te bewaren of te begraven op en een locatie die voor het publiek toegankelijk is.”
- Voorgestelde nieuwe tekst:
- §6 Als de overledene geen laatste wilsverklaring heeft vastgelegd en er ook geen partner en bloed-of aanverwanten van de eerste graad zijn kan de persoon die de begrafenis regelt ervoor kiezen om de as uit te strooien of de urnen te bewaren of te begraven op de begraafplaats. Die persoon kan de urne dus niet op een private locatie bewaren of begraven.
art. 182§6 – asbestemming – symbolisch gedeelte van de as
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 9.2 Asbestemmingen – 182§6 – 2e lid -> asdeling
- Huidige ontwerptekst :
- Onverminderd de keuze van asbestemming kan, op verzoek van de echtgenoot, de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad en de persoon die in lijkbezorging voorziet en die geen bloed-of aanverwant is tot en met de tweede graad, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven. Deze hoeveelheid is klein en van symbolische aard. De deling van de as kan uitsluitend in het crematorium waar de lijkverbranding plaats had, worden uitgevoerd.
- Motivatie: Het meegeven van een symbolisch gedeelte van de as is geregeld door art. 24§5. Hierin is vermeld: “De volgende personen kunnen een symbolisch gedeelte van de as vragen: de echtgenoot of de persoon met wie de overledene een feitelijk gezien vormde, de bloed- en aanverwanten t/m de tweede graad (grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen, broers en zussen) en de persoon die in de lijkbezorging voorziet en die geen bloed- of aanverwante is t/m de 2e graad (nieuwe mogelijkheid ingevoerd door het decreet van 9/2/2024).
De voorgestelde tekst sluit de persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde onterecht uit. Volgens het Vlaams Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging hebben feitelijk samenwonende partners dezelfde rechten als gehuwden. Ongehuwde partners, al dan niet wettelijk samenwonend, mogen door een gemeentelijk reglement niet uitgesloten worden van het recht op het bekomen van een symbolisch gedeelte van as.
- Voorgestelde nieuwe tekst:
- Onverminderd de keuze van asbestemming, kan op verzoek van de echtgenoot of de persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad en de persoon die in de lijkbezorging voorziet en die geen bloed- of aanverwant is tot en met de tweede graad, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven. Deze hoeveelheid is klein en van symbolische aard. De deling van de as kan uitsluitend in het crematorium waar de lijkverbranding plaats had, worden uitgevoerd.
art. 189 - ontgravingen
- Artikel uit het ontwerp: Hoofdstuk 10 Ontgravingen – 10.1 Mogelijkheid – artikel 189 laatste lid
- Huidige ontwerptekst :
- Artikel 189 Ontgravingen zijn enkel mogelijk:
- …/…
- Op verzoek van een familielid of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde én mits voorafgaande machtiging van de burgemeester. Het verlenen van toestemming tot opgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen.
- Motivatie: De hier nieuw ingevoerde term "een familielid" is juridisch te vaag en ontbreekt in de decretale wetgeving. Het zet de deur open voor zware familiale geschillen. Er rijzen onmiddellijk cruciale vragen. Bescherming van de grafrust? Aanvraag mondeling of schriftelijk? Wie heeft voorrang: een neef - een verwant in eerste graad? Rechtspraak van de Raad van State stelt dat een aanvraag tot ontgraving gedragen moet worden door de absolute kernfamilie. Hierdoor wordt de grafrust beter beschermd.
- Voorgestelde nieuwe tekst:
- Op schriftelijk verzoek van de overlevende echtgenoot, de persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, of een bloedverwant in de eerste graad, en mits voorafgaande machtiging van de burgemeester, kan een ontgraving worden toegestaan. Het verlenen van toestemming tot opgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen.
Stemming amendement:
Met 8 stemmen voor (Marthe Debels, Rudi Van Ingelgom, Gonda Smetsers, Stefan Vandevenne, Korneel Lenaerts, Denise Vander Weyden, Huguette Kemps, Thierry Rom), 13 stemmen tegen (Kris Leaerts, Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Anne Van Assche, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, William Hanssens, Thomas Vanderick, Sarah Peeters, Els Corbeels, Sonia De Wandeler)