Terug
Gepubliceerd op 22/10/2026

Besluit  Gemeenteraad

do 15/10/2026 - 19:30

Aanvullend reglement op het wegverkeer - Beekkant - besluit

Aanwezig: Kris Leaerts, voorzitter
Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, schepenen
Rudi Van Ingelgom, Gonda Smetsers, Korneel Lenaerts, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, Nick Mannaerts, Denise Vander Weyden, William Hanssens, Huguette Kemps, Thomas Vanderick, Sarah Peeters, Els Corbeels, Kurt Schoevaerts, Sonia De Wandeler, Thierry Rom, raadsleden
Veerle Van Sweevelt, algemeen directeur
Verontschuldigd: Stefan Vandevenne, raadslid
Juridische context

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

Wet betreffende de politie over het wegverkeer (wegverkeerswet - Wet van 16 maart 1968).

Wegcode - Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. 

Code van de wegbeheerder - ministerieel besluit van 11 oktober 1976 houdende de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.

Specifiek voor aanvullende reglementen op het wegverkeer (= politieverordeningen m.b.t. het wegverkeer voor wat betreft permanente of periodieke verkeerssituaties):

Decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens (16 mei 2008). 

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens van 23 januari 2009. 

Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009 gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.

Feiten en beoordeling

Historiek
Tijdens de verkeerscel van 3 september 2025 werd de verkeerssituatie in de Beekkant besproken. Daarbij werd vastgesteld dat het bestaande ruiterverbod verkeerskundig niet sluitend was gesignaleerd, aangezien niet alle toegangen tot de betrokken trage weg voorzien waren van verbodsborden. De verkeerscel stelde twee mogelijke scenario's voor: het sluitend maken van het bestaande ruiterverbod door bijkomende signalisatie te plaatsen of de opheffing van het ruiterverbod. Op basis hiervan besliste het college van burgemeester en schepenen om het ruiterverbod tijdelijk op te heffen vanaf 1 november 2025 en de maatregel gedurende een proefperiode van 6 maanden objectief te evalueren.

Maatregel
De opheffing van het ruiterverbod op het pad Beekkant langs de Molenbeek, tussen de Aarschotsebaan en de Balkestraat, door:
- het weghalen van het C15 bord aan de Beekkant langs de kant van de Aarschotsebaan
- het weghalen van het C15 bord aan de Beekkant langs de kant van de Balkestraat

Evaluatie
De evaluatie van deze tijdelijke politieverordening werd vervolgens systematisch opgevolgd via de verkeerscel en later ook besproken binnen de mobiliteitsraad. Tijdens de proefperiode werden politiegegevens, meldingen, infrastructuurkenmerken en signalen van gebruikersgroepen meegenomen in de beoordeling. Naar aanleiding van ontvangen reacties en bezorgdheden vond bijkomend overleg plaats met onder meer de Fietsersbond. Daarnaast werden de ontvangen klachten, meldingen en vragen via de gebruikelijke administratieve kanalen behandeld en beantwoord.

Uit de tussentijdse evaluaties bleek dat geen structurele verkeersonveilige situaties werden vastgesteld die objectief aan de aanwezigheid van ruiters konden worden gekoppeld. De beschikbare politiegegevens bevatten geen incidenten die een rechtstreeks verband aantoonden met de opheffing van het ruiterverbod. Tevens werd vastgesteld dat de infrastructuur geen doorslaggevend verkeerskundig knelpunt vormde. Om ook de seizoensgebonden verschillen in gebruik en verkeersintensiteit te kunnen beoordelen, adviseerde de verkeerscel op 9 april 2026 om de tijdelijke maatregel met zes maanden te verlengen. Het college van burgemeester en schepenen volgde dit advies en verlengde de proefperiode tot en met 31 oktober 2026.

Gedurende deze verlengde evaluatieperiode werd verder ingezet op communicatie en sensibilisering rond gedeeld gebruik van trage wegen. Zo werden onder meer richtlijnen voor verschillende gebruikersgroepen verspreid, werd aandacht besteed aan het thema in gemeentelijke communicatiekanalen en werd bijkomende informatie verstrekt aan betrokken belanghebbenden. Het dossier bleef daarnaast terugkerend geagendeerd op elke verkeerscel om de evolutie van eventuele incidenten, meldingen en bezorgdheden te kunnen opvolgen.

In het kader van het bestuurlijk toezicht werden terugkerende klachten over hetzelfde thema, onderzocht door de toezichthoudende overheid. Daarbij werd geen uitspraak gedaan over de inhoudelijke wenselijkheid van de verkeersmaatregel zelf, aangezien deze keuze tot de autonome bevoegdheid van het lokaal bestuur behoort. Wel werd vastgesteld dat de gevolgde procedure zorgvuldig was verlopen, dat de verlenging van de proefopstelling met zes maanden toeliet een evaluatie over een volledig jaar uit te voeren, dat de beslissing steunde op een administratief dossier met onder meer politiegegevens, infrastructuurmetingen en overlegmomenten, en dat geen schending van de beginselen van behoorlijk bestuur werd vastgesteld.

Eindevaluatie
Tijdens de verkeerscel van 16 juni 2026 en 2 september 2026 werd de eindevaluatie van de proefperiode besproken. De politie meldde dat sinds de invoering van de tijdelijke opheffing geen incidenten of meldingen waren geregistreerd die aanleiding gaven om het ruiterverbod opnieuw in te voeren. Op basis van de evaluatie over een volledig jaar adviseerde de verkeerscel om de tijdelijke maatregel definitief te maken via een aanvullend reglement en hierover advies en een stemming te vragen aan de mobiliteitsraad.

De mobiliteitsraad besprak het dossier op 8 september 2026. Daarbij werden de evaluatiegegevens, de ontvangen opmerkingen van verschillende gebruikersgroepen, de opvolging door de verkeerscel en de resultaten van de proefperiode toegelicht. Na bespreking werd een stemming georganiseerd over de vraag of de opheffing van het ruiterverbod behouden moest blijven. Het resultaat bedroeg 11 stemmen voor behoud van de opheffing, 2 onthoudingen en 3 stemmen voor een terugkeer naar het oorspronkelijke verbod. Het verslag van de mobiliteitsraad, op basis van de gehouden stemming van 8 september 2026, en met meerderheid van stemmen adviseert om de huidige situatie, zijnde de opheffing van het ruiterverbod in de Beekkant, te behouden.

Vervolg en advies
Na een evaluatieperiode van één jaar, met opvolging door de verkeerscel, bespreking binnen de mobiliteitsraad, overleg met betrokken gebruikersgroepen, monitoring van politiegegevens, communicatie- en sensibiliseringsacties en bestuurlijke opvolging van ontvangen klachten en meldingen, liggen er zowel een gunstig advies van de verkeerscel als een gunstig advies van de mobiliteitsraad voor om de tijdelijke opheffing van het ruiterverbod in de Beekkant om te zetten naar een definitieve verkeersregeling via een aanvullend reglement.

Met deze kennisneming wordt het evaluatietraject van de tijdelijke politieverordening inzake de opheffing van het ruiterverbod in de Beekkant afgerond, zonder verder tegenbericht. Rekening houdend met de uitgebrachte adviezen van de verkeerscel en de mobiliteitsraad wordt voorgesteld de tijdelijke opheffing van het ruiterverbod om te zetten naar een aanvullend reglement.

De tijdelijke politieverordening over de opheffing van het ruiterverbod in de Beekkant was van toepassing vanaf 1 november 2025, werd verlengd op 1 mei 2026 om de seizoensgebonden verkeers- en gebruiksverschillenen te kunnen evalueren en geldt nog tot en met 31 oktober 2026.

Op basis van het evaluatietraject van de tijdelijke politieverordening betreffende de opheffing van het ruiterverbod in de Beekkant, en rekening houdend met de adviezen van de verkeerscel van 2 september 2026 en de mobiliteitsraad van 8 september 2026, ging het college van burgemeester en schepenen op 21 september 2026 akkoord om een ontwerp van aanvullend reglement op te maken.

Het verslag van de mobiliteitsraad werd ondertussen goedgekeurd door de leden en staat ter kennisname geagendeerd op het college van burgemeester en schepenen van 5 oktober 2026 en ter goedkeuring op de gemeenteraad van 15 oktober 2026.

Er wordt gevraagd aan de gemeenteraad om in te stemmen met het aanvullend reglement voor de Beekkant inclusief het opheffen van het ruiterverbod.
De tijdelijke politieverordening loopt tot 31 oktober 2026.
Mits goedkeuring door de gemeenteraad wordt deze omgezet naar een aanvullend reglement op het wegverkeer, dat start op 1 november 2026.

De kosten, verbonden aan het plaatsen, onderhouden en vernieuwen van de verkeerstekens worden gedragen door de wegbeheerder.

Financiële impact

de signalisatie werd reeds verwijderd in de testfase met de tijdelijke politieverordening

Publieke stemming
Aanwezig: Kris Leaerts, Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, Rudi Van Ingelgom, Gonda Smetsers, Korneel Lenaerts, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, Nick Mannaerts, Denise Vander Weyden, William Hanssens, Huguette Kemps, Thomas Vanderick, Sarah Peeters, Els Corbeels, Kurt Schoevaerts, Sonia De Wandeler, Thierry Rom, Veerle Van Sweevelt
Voorstanders: Kris Leaerts, Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, Rudi Van Ingelgom, Korneel Lenaerts, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, Nick Mannaerts, Denise Vander Weyden, William Hanssens, Thomas Vanderick, Sarah Peeters, Els Corbeels, Kurt Schoevaerts, Sonia De Wandeler
Onthouders: Gonda Smetsers, Huguette Kemps, Thierry Rom
Resultaat: Met 19 stemmen voor, 3 onthoudingen
Besluit

Art. 1: De gemeenteraad heft de aanvullende reglementen of gedeelten ervan op die in strijd zijn met het nieuwe aanvullend reglement voor de Beekkant langs de Molenbeek, tussen de Aarschotsebaan en de Balkestraat vanaf de inwerkingtreding van onderhavige maatregelen.

Art. 2: De gemeenteraad stelt het aanvullend reglement Beekkant vast houdende de opheffing van het ruiterverbod op het pad Beekkant, na evaluatie van de tijdelijke proefopstelling.

Art. 3: De kosten, verbonden aan het plaatsen, onderhouden en vernieuwen van de verkeerstekens worden gedragen door de wegbeheerder. 

Art. 4: Het aanvullend reglement zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet lokaal bestuur en overgemaakt voor kennisneming aan het departement mobiliteit via het digitaal loket. 

Art. 5: Dit aanvullend reglement treedt in werking op 1 november 2026.