Terug
Gepubliceerd op 29/05/2026

Besluit  Gemeenteraad

do 21/05/2026 - 19:30

Belastingreglement algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 - besluit

Aanwezig: Kris Leaerts, voorzitter
Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, schepenen
Rudi Van Ingelgom, Gonda Smetsers, Stefan Vandevenne, Korneel Lenaerts, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, Nick Mannaerts, Denise Vander Weyden, William Hanssens, Huguette Kemps, Sarah Peeters, Els Corbeels, Kurt Schoevaerts, Sonia De Wandeler, Thierry Rom, raadsleden
Veerle Van Sweevelt, algemeen directeur
Verontschuldigd: Thomas Vanderick, raadslid
Juridische context

Grondwet, artikelen 41, 162 en 170 § 4, betreffende de bevoegdheid van het invoeren van belastingen.

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel en 2, 40 § 3, 41, tweede lid, 14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting, en latere wijzigingen.

Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.

Omzendbrief BB 2008/7 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2026/2 van 20 maart 2026 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende het belastingreglement algemene gemeentebelasting, vernietigd bij Besluit van 12 maart 2026 van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.

Gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2026 betreffende de algemene gemeentebelasting gezinnen en alleenstaanden.

Gemeenteraadsbesluit van 21 mei 2026 betreffende de belasting op de ingedeelde inrichtingen en activiteiten.

Feiten en beoordeling

Het belastingreglement algemene gemeentebelasting van 18 december 2025 werd vernietigd met Besluit van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 12 maart 2026.

Als het gemeentebestuur opnieuw een algemene gemeentebelasting wil heffen is het nodig dat de gemeenteraad een nieuw reglement voor deze belasting vaststelt.

Het lokaal bestuur kiest ervoor om de algemene gemeentebelasting op te splitsen in afzonderlijke reglementen, zijnde, een belasting op bedrijfsvestigingen, een belasting op de ingedeelde inrichtingen en activiteiten en een algemene gemeentebelasting op gezinnen en alleenstaanden.

In onderhavig reglement wordt de algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen geregeld. De algemene gemeentebelasting op gezinnen en alleenstaanden is geregeld in een ander afzonderlijk belastingreglement dat op 26 maart 2026 werd goedgekeurd door de gemeenteraad. De belasting op de ingedeelde inrichtingen en activiteiten wordt ter goedkeuring voorgelegd op de gemeenteraad van 21 mei 2026.

Om de financiële gezondheid van de gemeente te waarborgen en te blijven investeren in een sterke toekomst, wordt een billijke bijdrage van de inwoners en de bedrijfsvestigingen gevraagd.

Het invoeren van alle rendabele belastingen is nodig om een gemeentelijke dienstverlening te kunnen organiseren, aanbieden. De gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen kan aanzien worden als een bijdrage in de openbare uitgaven.

Het is budgettair noodzakelijk een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren, nu en in de toekomst.

De aanwezigheid van een economische activiteit op het grondgebied van de gemeente leidt in zekere mate tot kosten voor een gemeente, zoals op het gebied van administratie, veiligheid, infrastructuur en afvalbeheersing.

De heffing van de belasting moet efficiënt en rendabel zijn. De belastingopbrengsten moeten de administratieve kosten verbonden aan de vestiging en de invordering van de belastingaanslagen dekken.

Dit reglement voorziet een aantal vrijstellingen, die steunen op een objectief verschil in situatie en geen schending vormen van het gelijkheidsbeginsel.

Er wordt in volgende gevallen voorzien in een volledige vrijstelling van de algemene bedrijvenbelasting:

  • Exploitanten van de inrichtingen door de bijlage 1 bij Vlarem 2 gerangschikt in klasse 1 en klasse 2, die onder toepassing vallen van de belasting op de ingedeelde inrichtingen en activiteiten.  Een bijkomende heffing via de algemene bedrijvenbelasting voor dezelfde activiteit zou neerkomen op een oneigenlijke dubbele belasting. Het is daarom redelijk en proportioneel om deze ondernemingen van de algemene bedrijvenbelasting vrij te stellen. 
  • Exploitanten van nachtwinkels en diensten voor bezoldigd personenvervoer betalen al een specifieke belasting die rechtstreeks verband houdt met hun exploitatie. Een bijkomende heffing via de algemene bedrijvenbelasting voor dezelfde activiteit zou neerkomen op een oneigenlijke dubbele belasting. Het is daarom redelijk en proportioneel om deze ondernemingen van de algemene bedrijvenbelasting vrij te stellen. 
  • De in artikel 180, 181 en 182 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 vermelde rechtspersonen genieten al een specifiek fiscaal statuut dat hen in het kader van federale personen- en vennootschapsbelasting vrijstelt. Het opleggen van een gemeentelijke bedrijvenbelasting aan deze instellingen zou strijdig zijn met dit bijzondere statuut en leiden tot een oneigenlijke bijkomende fiscale last. Het is daarom redelijk en proportioneel om deze rechtspersonen vrij te stellen van de algemene bedrijvenbelasting. 
  • Student-zelfstandigen vormen een duidelijk afgebakende categorie binnen de federale sociale zekerheidsreglementering. Hun economische activiteit heeft doorgaans een beperkt draagvlak en draagt vaak een starters- of leerkarakter. Het is wenselijk het student-ondernemerschap te stimuleren en drempels tot ondernemen te verlagen. De gemeentelijke belasting kan voor deze beperkte activiteiten een onevenredige impact hebben. Het is daarom redelijk en proportioneel om voor erkende student-zelfstandigen een vrijstelling te voorzien. 
  • Belastingplichtigen die gedurende het volledige aanslagjaar geen economische activiteiten hebben uitgeoefend op het grondgebied van de gemeente. 
  • Het beheer van persoonlijk assistentiebudget (PAB) of persoonsvolgend budget (PVB). werkgeverschap zonder commerciële activiteit, verenigingen of vennootschappen met of zonder rechtspersoonlijkheid (zoals VME, VVZRL), stichtingen zonder commerciële activiteiten en buitenlandse ondernemingen met louter administratieve aanwezigheid (bv. vastgoedbezit zonder exploitatie) worden vrijgesteld aangezien zij gebruikmaken van een ondernemingsnummer zonder enige economische activiteit. Het ondernemingsnummer wordt in dit geval enkel aangewend voor de administratieve doeleinden.

Er wordt voorzien in een gedeeltelijke vrijstelling van de algemene bedrijvenbelasting voor de zelfstandige of vrije beroeper die zijn activiteiten uitoefent in bijberoep omwille van de aard en omvang van de beroepsuitoefening. De activiteiten in bijberoep vertonen doorgaans een beperktere economische draagkracht en een geringe lokale impact dan activiteiten in hoofdberoep, zodat een gedeeltelijke vrijstelling van de algemene bedrijvenbelasting verantwoord is in het licht van het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel.

Financiële impact

De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, beleidscode 0020 en algemene rekening 73800000.

Publieke stemming
Aanwezig: Kris Leaerts, Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, Rudi Van Ingelgom, Gonda Smetsers, Stefan Vandevenne, Korneel Lenaerts, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, Nick Mannaerts, Denise Vander Weyden, William Hanssens, Huguette Kemps, Sarah Peeters, Els Corbeels, Kurt Schoevaerts, Sonia De Wandeler, Thierry Rom, Veerle Van Sweevelt
Voorstanders: Kris Leaerts, Stefan Imbrechts, Edith Grauwels, Helena Molineaux, Marthe Debels, Anne Van Assche, Bart Crommelinck, Rudy Peeters, Laura Nevens, William Hanssens, Sarah Peeters, Els Corbeels, Kurt Schoevaerts, Sonia De Wandeler
Tegenstanders: Rudi Van Ingelgom, Gonda Smetsers, Stefan Vandevenne, Korneel Lenaerts, Nick Mannaerts, Denise Vander Weyden, Huguette Kemps, Thierry Rom
Resultaat: Met 14 stemmen voor, 8 stemmen tegen
Besluit

Art. 1: De gemeenteraad stelt het reglement betreffende de algemene gemeentebelasting op bedrijfsvestigingen vast.

Art. 2: Het reglement gaat in op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.

Art. 3: Het reglement in bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.